Clare Lennart over het bombardement op Rotterdam

Het bombardement op Rotterdam is vandaag 80 jaar geleden. Clare Lennart woonde tijdens de eerste oorlogsjaren in de Tollensstraat in Rotterdam en maakte de gevechten om de Maasbruggen en het bombardement van dichtbij mee. Ze beschreef haar ervaringen in het aangrijpende boekje ‘Ter herinnering aan Rotterdam’ uit 1946. Een citaat:

“De huizen stroomden leeg. Uren lang liepen we zonder vermoeidheid te voelen… een onafzienbare stroom menschen, die pathetisch hun aardsche bezittingen torsten. Menschen, die sjouwden met beddegoed, met koffers, die handkarren met allerlei meubilair voortduwden, menschen met kinderwagens, waarin soms kinderen, soms allerlei andere dingen lagen, menschen met honden en katten, met konijnen, kippen en kanaries. Zieke menschen, kreupele menschen, zwangere vrouwen, menschen in gevangeniskleeren… Ook ik, met Rouska in een rieten waschmand, maakte deel uit van dien stroom. Ik had het gevoel, dat deze werkelijkheid af was gezien van de bioscoop… te dramatisch, te effectvol ellendig om aan te doen als echt. 

Als er een vliegtuig aankwam, gooide alles zich plat op den grond, drukte zich tegen de aarde aan, zou er in weg hebben willen kruipen om het leven te redden. De mensch, die in het stof lag voor het moordtuig, dat hij zelf had uitgevonden, vernederend en symbolisch. Tegen den avond kwamen we in een dorp. De seringen bloeiden er en de gouden regen. Er was niets gebeurd hier. Men zei ons, dat de oorlog voorbij was. Maar de horizon in het zuid-westen was rood gekleurd. Daar brandde Rotterdam.”


Biografie nu met korting!

De biografie van Clare Lennart ‘Voor ’t gewone leven ongeschikt’ is tot 1 september 2020 verkrijgbaar met speciale Corona-korting. Bestel je rechtstreeks via info@clarelennart.nl, dan betaal je ipv 21,50 (15,00 en 6,50 verzendkosten) in plaats van 31,45. Dan krijg je er gratis een boek van Clare Lennart zelf bij. Je kunt ook via bol.com bestellen, dan betaal je 22,50 (zonder cadeauboek).

14 juni: Clare Lennart wandeling in Utrecht

Utrecht, zoals Clare Lennart het toen zag

In de zomer van 1926 kwam Clare Lennart (1899-1972) in Utrecht wonen. Haar eerste indrukken van de Domstad legde ze vast in het nostalgische verhaal Utrecht, zoals ik het toen zag. Bijna honderd jaar later lezen we daarin hoe Lennart – via haar vele wandelingen – het middeleeuwse Utrecht leerde kennen en liefhebben. Ze zou de stad niet meer verlaten.

Tijdens de wandeling passeren we diverse plaatsen waar Clare Lennart woonde, zoals de ‘groene poort’ op de Steenweg, het decor van haar onlangs herdrukte roman Huisjes van kaarten. In het zuidelijke deel van de Utrechtse binnenstad lopen we langs de huizen en plekken die belangrijk voor haar waren en waar ze haar populairste romans schreef, onder andere het geheimzinnige huis uit haar roman Twintig ramen aan de straat. In het etablissement waar een van de twee Boekenweekgeschenken van Clare Lennart ontstond – op een steenworp afstand van haar eerste Utrechtse kamer – eindigt de wandeling en drinken we een kopje koffie of thee.

Al wandelend vertelt biografe Petra Teunissen over de ontstaansgeschiedenis van Clare Lennarts oeuvre en over de grote rol van Utrecht in het soms turbulente leven van de schrijfster. 

Zondag 14 juni 2020, 11.00 uur – ca. 13.00 uur. Aantal deelnemers: max. 17, min. 10. Toegang: € 15,00 incl. koffie/thee. Meer informatie bij Salon Saffier en reserveren, via 030 6701020.

Twee merklappen en een pseudoniem

Weinig mensen weten dat Clare Lennart het pseudoniem was van Clara van den Boogaard-Klaver (1899-1972). Als biografe van Clare Lennart ging ik op zoek naar de herkomst van dit pseudoniem en dat leverde mij twee mooie merklappen en twee raadsels op.

Clara Klaver had haar eerste literaire verhalen ‘De trage handen’ en ‘Liefde en logica’ onder haar eigen naam, het neutrale ‘C. Klaver’, gepubliceerd. Maar voor de voorpublicatie van haar roman Mallemolen in het tijdschrift Groot Nederland zocht ze een schuilnaam. Niet zozeer uit bescheidenheid, maar omdat ze haar huurders en straatgenoten in Mallemolen onder hun eigen naam en zeer herkenbaar had beschreven, met al hun aardige, maar ook met hun onaardige eigenschappen. Haar mentor, de criticus Frans Coenen, adviseerde haar iets eenvoudigs te kiezen dat niet ‘pompeus’ was. Het pseudoniem mocht niets met haar eigen naam van doen hebben.

Merklap uit het bezit van de familie Klaver.

De naam van haar moeder, Gerarda Doyer, kwam niet in aanmerking, vond Clara. Aan Frans Coenen schreef ze op 1 november 1933:

Doyer is leelijk en bovendien veel te verspreid in den lande. Allerlei wijn- en lakenhandelaren en belastinginspecteurs en doktoren en vreselijk veel zenuwzieke, oude vrijsters heten zoo. Ik geloof dat het geslacht begint uit te sterven, maar toen ik een kind was, wemelde het nog van ze. Maar ik dacht aan zoo’n mooie, zachttintige ingelijste oude letterlap die we thuis hebben en waarop Marchje Lennart staat. Het moet een overgrootmoeder of iets nog ouders geweest zijn. Ik vond het altijd een aardige naam en waarom zou ik me niet Clare Lennart noemen. Niet Clara, daar heb ik zoo’n hekel aan. En niemand noemt me ook ooit zo. Clare of Claire of als dat te exotisch klinkt maar Lotte. Zo heet de vrouw uit het boek. 

Frans Coenen vond de naam Clare Lennart ‘héél goed van klank’, een ‘deftige naam en niets teveel of te weinig. Je zult er wel pleizier van hebben.’ De voornaam Clare kan Engels uitgesproken worden en dat doen ook velen. Waarschijnlijk zei ze zelf ‘Klaar Lénnart’.  Bij de beroepsorganisatie, de Vereniging van Letterkundigen, dachten ze dat Clare Lennart een Engelse schrijfster was. 

Het eerste raadsel

Ik vind het heel opmerkelijk dat Clare Lennart oog had voor de letterlap van haar familie, want ze had een broertje dood aan handwerken. De handwerklessen van juffrouw Kerlen op de kweekschool waren een dieptepunt in Clara’s schooljaren tussen 1914 en 1918. Onderwijzeressen moesten voor het handwerkonderwijs een aparte bevoegdheid halen, de Acte K. Die omvatte onder andere breien, merken, naaien, knippen en het verstellen van gebreid en genaaid goed. Clara had daar geen talent voor. Op haar rapporten stond strijk en zet ‘Klaartje moet ijveriger en netter worden’. Het breien van kousen was al een ramp: ‘Je breide maar en breide maar en knoeide wat en broddelde en breide weer en het leek volkomen zinloos en was ook zinloos.’ Naailes was nog erger, want naaien werd op papier aangeleerd, dat immers goedkoper was dan stof. Clara heeft deze lesmethode, een ‘kwelling die door een sadistische handwerkjuffrouw moet zijn uitgevonden’, geháát. In het verhaal Scheepjes van papier schrijft ze: 

Een van de exameneisen was dat je het sloop, de vrouwezak, de gegeerde en de rimpelrok, het kinder-, het vrouw- en het manshemd en dito broek, en nog zo het een en ander tot in details kon maken van papier. Er werd een stug, glimmerig, vuilgeel, knisperend soort van papier voor gebruikt. Plooien, rimpels, belegstukken, boordjes, lange en korte mouwen, beensplithoekjes, wij moesten het allemaal maken van het weerbarstige, gore papier, dat altijd scheurde onder je handen. Met petieterige speldjes moest het werkstuk in elkaar gezet worden en als het klaar was kon je het overeind zetten.

Toch haalde ze uiteindelijk het vermaledijde handwerkdiploma: Een meneer, die me zag zwoegen, zei troostend dat mijn hemd hem zeer geslaagd leek. Want er zaten meneren in de examencommissie. Ze zullen zijn toegevoegd door de goede toverfee, die vond dat ze iets moest doen voor de geplaagde meisjes. […] Ik geloof dat ik een twee kreeg voor dit hemd, maar ik haalde de akte doordat ik in theorie zo goed wist, hoe het moest.’ Haar werk als handwerkjuf deed ze later met tegenzin. En hoewel Clara voor de Tweede Wereldoorlog nog wel eens cadeaus breidde voor familieleden, heeft zij naaiwerk zoveel mogelijk vermeden en nooit heeft zij iets geborduurd.

Het tweede raadsel

Als biografe heb ik uiteraard alle interviews gelezen die Clare Lennart ooit gegeven heeft. Vaak werd naar haar pseudoniem gevraagd. Het verbaasde me dat zij in al die interviews een andere uitleg van haar pseudoniem gaf, namelijk ‘Lennart’ als half anagram van haar tweede voornaam Helena. Helena werd Lena en dit werd Lennart. Het mooie verhaal over de letterlap heeft ze nooit in het openbaar verteld. Ook haar zus Eveline Klaver, die in 1976 het boek Claartje, mijn zusje publiceerde en die wél veel van handwerken hield, schrijft niets over een merklap. In de stambomen van de families Klaver en Doyer heb ik, tot dusverre, geen Marchje of Margje Lennart aangetroffen. 

Merklap uit het bezit van de familie Klaver.

Toen de dochters van Clare’s broer Dick Klaver het verhaal over de letterlap hoorden, konden zij me ook niet verder helpen. Maar ze gaven me wel een groot cadeau: twee handwerken uit de familie. Het oudste exemplaar is een stoplap gedateerd ANNO 1814 en voorzien van de letters EA. Het is mij onbekend wie deze lap heeft gemaakt. De tweede lap is in 1849 geborduurd in kruissteek en bevat een alfabet en vele klassieke motieven zoals een levensboom, druivendragers et cetera in zachte tinten. De initialen EM en LK staan voor Everdina Maria Moulin en Luite Klaver, de overgrootouders van Clare Lennart van vaderszijde. Maar helaas: geen letterlap van Marchje Lennart dus. Het is niet aannemelijk dat Clara het verhaal van de letterlap verzon voor Frans Coenen. Is het bewuste borduurwerk dan in een andere tak van de familie Klaver beland? Weggegooid? Opgegeten door de motten? Dit raadsel blijft vooralsnog onopgelost. Ondertussen mag ik genieten van deze twee fraaie handwerken in mijn bescheiden collectie merklappen.

Haar ware identiteit is jarenlang geheim gebleven. Collega-auteur Rico Bulthuis ontdekte pas twee jaar na hun eerste ontmoeting dat Clare Lennart een pseudoniem was en dat zij zelfs aangetrouwde familie was. Andersom bleef zij voor de studentes die kamers bij haar huurden ‘juffrouw Klaver’ en ze vertelde niets over haar schrijfwerk. Van een huurster kreeg ze zelfs een van haar eigen romans cadeau… Pas in 1949, toen ze het Boekenweekgeschenk Twee negerpopjes schreef, maakte zij haar eigen naam bekend. Op de deur van haar woning in de Utrechtse Zuilenstraat stonden inmiddels de namen Clare Lennart én W. van den Boogaard en C.H. Klaver. Ook op de grafsteen van Wim en Clara op Den & Rust in Bilthoven staat de naam Clare Lennart. Het ware verhaal over haar pseudoniem nam Clara Klaver echter mee in haar graf.

Frans Coenen en de vrouwen: mentor, minnaar, meester

De romancier Frans Coenen speelde tijdens het interbellum een bijzondere rol in de productie van literatuur door vrouwen. Als ‘literaire mandarijn’ en tijdschriftenkoninkje zette hij strategieën in om vrouwelijke auteurs als Carry van Bruggen, Eva Raedt-de Canter en Clare Lennart te laten publiceren. Coenen heerste als een ‘pasja’ over een hele harem. Zijn gedrag leidde echter niet tot een #MeToo-discussie avant la lettre. Hoe kreeg Coenen dat voor elkaar? Petra Teunissen reconstrueert aan de hand van de briefwisseling tussen Clare Lennart en Frans Coenen de ‘harem’ van Frans Coenen in De Parelduiker 2019/3. Het nummer is te bestellen via uitgever Vantilt.

Literaire middag op 15 september rond Huisjes van kaarten in Utrecht

Op zondag 15 september 2019 organiseert Salon Saffier in Utrecht een feestelijk programma rondom de heruitgave van Huisjes van kaarten in samenwerking met Utrecht City of Literature en Uitgeverij Atlas Contact (L.J. Veen Klassiek). Om 11.00 uur start een wandeling ‘Van C&A tot in de middeleeuwen’, onder leiding van biografe Petra Teunissen. Om 12.30 uur zal, in Het Literatuurhuis, Koen Vergeer, schrijver van het nawoord bij de roman en initiatiefnemer van de heruitgave, spreken over zijn fascinatie voor het vroege werk van Clare Lennart. Hij gaat in gesprek met Dolf Verroen, auteur van jeugdliteratuur, over diens vriendschap en samenwerking met Clare Lennart. Het complete programma en informatie over het aanmelden vind je hier.

Huisjes van kaarten: een ‘Taalschat’ op de radio

Clare Lennarts werk is met recht een ‘taalschat’. Op zaterdag 20 juli las Koen Vergeer in het radioprogramma De Taalstaat enthousiast voor uit Clare Lennarts roman Huisjes van kaarten. Lennarts zinnen deden presentator Frits Spits denken aan Louis Couperus. Het fragment is hier te beluisteren. De recente heruitgave van de roman, met een mooi nawoord door Koen Vergeer, is te bestellen bij de uitgever.

Herdruk Huisjes van kaarten

In juli verscheen een nieuwe uitgave van Huisjes van kaarten van Clare Lennart. Deze roman uit 1939 heeft de treffendste openingszinnen uit haar oeuvre: ‘Dit is een lange straat. Ze loopt van C. en A. tot in de middeleeuwen.’ Het is een prachtig, wat melancholiek boek, waarin Utrecht een grote rol speelt. De roman volgt precies een jaar in het leven van vertaalster Therese Lucia Landolf en haar flamboyante huisgenoten, die wonen boven een kruidenierswinkel op de Steenweg.

Clare Lennart vond dat zij in deze roman haar gevoelswereld het beste tot uiting had gebracht. De slotalinea is dan ook het motto van de biografie over Clare Lennart: 

Niets van wat we dromen kunnen we bereiken. Niets van wat de mensheid door de eeuwen heeft gedroomd, heeft ze werkelijk bereikt. Dat is de tragiek van het leven. Maar zolang we het dromen, kunnen we het niet verliezen. En dat geeft het leven zijn schoonheid, want het is niet alleen wat het is, maar ook wat wij mensen verlangen dat het zal zijn. Het is even goed in ons als om ons.

De ontroerende personages, de betoverende seizoensindrukken en de authentieke stijl van Clare Lennart geven het tijdloze Huisjes van kaarten terecht een plaats in de fraaie serie LJ Veen Klassiek. Je leest het eerste hoofdstuk op de site van uitgever Atlas Contact.