Twee merklappen en een pseudoniem

Zoo’n mooie, zachttintige ingelijste oude letterlap’. Een zoektocht naar het merkwaardige pseudoniem van Clare Lennart

Petra Teunissen-Nijsse

Clare Lennart schreef maar liefst twee Boekenweekgeschenken, in 1949 en 1955. Toch lezen nog maar weinig mensen de romans van deze interessante schrijfster. Nog minder mensen weten dat Clare Lennart het pseudoniem was van Clara van den Boogaard-Klaver (1899-1972). Als biografe van Clare Lennart ging ik op zoek naar de herkomst van dit pseudoniem en dat leverde mij twee mooie merklappen en twee raadsels op.

Clara Helena Klaver (Hattem 1899 – Utrecht 1972) kreeg een onconventionele, vrije opvoeding in een kunstenaarsgezin. Ze was een intelligent, wat gereserveerd meisje met een levendige fantasie. Na haar opleiding tot onderwijzeres op de prestigieuze Rijkskweekschool voor Onderwijzeressen in Apeldoorn werkte zij op dorpsscholen in Drenthe en Overijssel. De schoolkinderen genoten van Clara’s verhalen, die zij ook tijdens de handwerklessen vertelde. In 1926 verhuisde ze naar Utrecht. Toen het Utrechtse gemeentebestuur in 1928 ontdekte dat ‘juf Klaver’ een relatie had met een getrouwde man, moest zij ontslag nemen. Helaas kon haar geliefde, de militair Wim van den Boogaard, niet scheiden of financieel voor haar zorgen. Clara moest haar eigen geld verdienen. Ze richtte een pension in op de Utrechtse Nicolaasweg. Haar huurders en buren waren kleurrijke types en ze begon haar avonturen in haar wonderlijke buurtje op te schrijven. Ook de verhalen die ze op school vertelde en haar jeugdherinneringen zette ze op papier. Tot haar eigen verbazing lukte het haar om die verhalen te verkopen aan kioskbladen als Oké.  

Merklap uit het bezit van de familie Klaver.

Met de publicatie van de novelle ‘Liefde en logica’ in Groot Nederland nam haar schrijverscarrière een literaire wending. Groot Nederland-redacteur en criticus Frans Coenen vroeg haar om romans te schrijven. Clara had haar eerste literaire verhalen ‘De trage handen’ en ‘Liefde en logica’ onder haar eigen naam, het neutrale ‘C. Klaver’, gepubliceerd. Maar voor de voorpublicatie van haar roman Mallemolen in Groot Nederland zocht ze een schuilnaam. Niet zozeer uit bescheidenheid, maar omdat ze haar huurders en straatgenoten in Mallemolen onder hun eigen naam en zeer herkenbaar had beschreven, met al hun aardige, maar ook met hun onaardige eigenschappen. Frans Coenen adviseerde haar iets eenvoudigs te kiezen dat niet ‘pompeus’ was. Het pseudoniem mocht niets met haar eigen naam van doen hebben. De naam van haar moeder, Gerarda Doyer, kwam niet in aanmerking, vond Clara. Aan Frans Coenen schreef ze op 1 november 1933:

Doyer is leelijk en bovendien veel te verspreid in den lande. Allerlei wijn- en lakenhandelaren en belastinginspecteurs en doktoren en vreselijk veel zenuwzieke, oude vrijsters heten zoo. Ik geloof dat het geslacht begint uit te sterven, maar toen ik een kind was, wemelde het nog van ze. Maar ik dacht aan zoo’n mooie, zachttintige ingelijste oude letterlap die we thuis hebben en waarop Marchje Lennart staat. Het moet een overgrootmoeder of iets nog ouders geweest zijn. Ik vond het altijd een aardige naam en waarom zou ik me niet Clare Lennart noemen. Niet Clara, daar heb ik zoo’n hekel aan. En niemand noemt me ook ooit zo. Clare of Claire of als dat te exotisch klinkt maar Lotte. Zo heet de vrouw uit het boek. 

Frans Coenen vond de naam Clare Lennart ‘héél goed van klank’, een ‘deftige naam en niets teveel of te weinig. Je zult er wel pleizier van hebben.’ De voornaam Clare kan Engels uitgesproken worden en dat doen ook velen. Waarschijnlijk zei ze zelf ‘Klaar Lénnart’.  Bij de beroepsorganisatie, de Vereniging van Letterkundigen, dachten ze dat Clare Lennart een Engelse schrijfster was. 

Het eerste raadsel

Ik vind het heel opmerkelijk dat Clare Lennart oog had voor de letterlap van haar familie, want ze had een broertje dood aan handwerken. De handwerklessen van juffrouw Kerlen op de kweekschool waren een dieptepunt in Clara’s schooljaren tussen 1914 en 1918. Onderwijzeressen moesten voor het handwerkonderwijs een aparte bevoegdheid halen, de Acte K. Die omvatte onder andere breien, merken, naaien, knippen en het verstellen van gebreid en genaaid goed. Clara had daar geen talent voor. Op haar rapporten stond strijk en zet ‘Klaartje moet ijveriger en netter worden’. Het breien van kousen was al een ramp: ‘Je breide maar en breide maar en knoeide wat en broddelde en breide weer en het leek volkomen zinloos en was ook zinloos.’ Naailes was nog erger, want naaien werd op papier aangeleerd, dat immers goedkoper was dan stof. Clara heeft deze lesmethode, een ‘kwelling die door een sadistische handwerkjuffrouw moet zijn uitgevonden’, geháát. In het verhaal Scheepjes van papier schrijft ze: 

Een van de exameneisen was dat je het sloop, de vrouwezak, de gegeerde en de rimpelrok, het kinder-, het vrouw- en het manshemd en dito broek, en nog zo het een en ander tot in details kon maken van papier. Er werd een stug, glimmerig, vuilgeel, knisperend soort van papier voor gebruikt. Plooien, rimpels, belegstukken, boordjes, lange en korte mouwen, beensplithoekjes, wij moesten het allemaal maken van het weerbarstige, gore papier, dat altijd scheurde onder je handen. Met petieterige speldjes moest het werkstuk in elkaar gezet worden en als het klaar was kon je het overeind zetten.

Toch haalde ze uiteindelijk het vermaledijde handwerkdiploma: Een meneer, die me zag zwoegen, zei troostend dat mijn hemd hem zeer geslaagd leek. Want er zaten meneren in de examencommissie. Ze zullen zijn toegevoegd door de goede toverfee, die vond dat ze iets moest doen voor de geplaagde meisjes. […] Ik geloof dat ik een twee kreeg voor dit hemd, maar ik haalde de akte doordat ik in theorie zo goed wist, hoe het moest.’ Haar werk als handwerkjuf deed ze later met tegenzin. En hoewel Clara voor de Tweede Wereldoorlog nog wel eens cadeaus breidde voor familieleden, heeft zij naaiwerk zoveel mogelijk vermeden en nooit heeft zij iets geborduurd.

Het tweede raadsel

Als biografe heb ik uiteraard alle interviews gelezen die Clare Lennart ooit gegeven heeft. Vaak werd naar haar pseudoniem gevraagd. Het verbaasde me dat zij in al die interviews een andere uitleg van haar pseudoniem gaf, namelijk ‘Lennart’ als half anagram van haar tweede voornaam Helena. Helena werd Lena en dit werd Lennart. Het mooie verhaal over de letterlap heeft ze nooit in het openbaar verteld. Ook haar zus Eveline Klaver, die in 1976 het boek Claartje, mijn zusje publiceerde en die wél veel van handwerken hield, schrijft niets over een merklap. In de stambomen van de families Klaver en Doyer heb ik, tot dusverre, geen Marchje of Margje Lennart aangetroffen. 

Merklap uit het bezit van de familie Klaver.

Toen de dochters van Clare’s broer Dick Klaver het verhaal over de letterlap hoorden, konden zij me ook niet verder helpen. Maar ze gaven me wel een groot cadeau: twee handwerken uit de familie. Het oudste exemplaar is een stoplap gedateerd ANNO 1814 en voorzien van de letters EA. Het is mij onbekend wie deze lap heeft gemaakt. De tweede lap is in 1849 geborduurd in kruissteek en bevat een alfabet en vele klassieke motieven zoals een levensboom, druivendragers et cetera in zachte tinten. De initialen EM en LK staan voor Everdina Maria Moulin en Luite Klaver, de overgrootouders van Clare Lennart van vaderszijde. Maar helaas: geen letterlap van Marchje Lennart dus. Het is niet aannemelijk dat Clara het verhaal van de letterlap verzon voor Frans Coenen. Is het bewuste borduurwerk dan in een andere tak van de familie Klaver beland? Weggegooid? Opgegeten door de motten? Dit raadsel blijft vooralsnog onopgelost. Ondertussen mag ik genieten van deze twee fraaie handwerken in mijn bescheiden collectie merklappen.

Succesvol pseudoniem

Haar pseudoniem heeft Clare Lennart veel geluk gebracht. Al voor 1940 publiceerde zij vier romans, een meisjesboek en een ‘sprookje voor volwassenen’. Na de dood van Wims eerste echtgenote in 1944 konden Clara en haar geliefde eindelijk trouwen. De zorgzame Wim deed het huishouden, zodat zijn vrouw zich kon concentreren op haar schrijf- en vertaalwerk. In haar huwelijksjaren bereikte Clare Lennart haar grootste successen, onder andere met Serenade uit de verte en Stad met rose huizen. Een literair hoogtepunt is De ogen van Roosje (1957), haar laatste grote roman. Haar poëtische, schilderachtige stijl sprak een trouw lezerspubliek aan. Ze kreeg bijna altijd uitstekende kritieken. De dichter J.C. Bloem noemde haar ‘een van onze meest oorspronkelijke en geestige vertellers’.  Onlangs nog is haar roman Huisjes van kaarten uit 1939 herdrukt.

Haar ware identiteit is jarenlang geheim gebleven. Collega-auteur Rico Bulthuis ontdekte pas twee jaar na hun eerste ontmoeting dat Clare Lennart een pseudoniem was en dat zij zelfs aangetrouwde familie was. Andersom bleef zij voor de studentes die kamers bij haar huurden ‘juffrouw Klaver’ en ze vertelde niets over haar schrijfwerk. Van een huurster kreeg ze zelfs een van haar eigen romans cadeau… Pas in 1949, toen ze het Boekenweekgeschenk Twee negerpopjes schreef, maakte zij haar eigen naam bekend. Op de deur van haar woning in de Utrechtse Zuilenstraat stonden inmiddels de namen Clare Lennart én W. van den Boogaard en C.H. Klaver. Ook op de grafsteen van Wim en Clara op Den & Rust in Bilthoven staat de naam Clare Lennart. Het ware verhaal over haar pseudoniem nam Clara Klaver echter mee in haar graf.

Frans Coenen en de vrouwen: mentor, minnaar, meester

De romancier Frans Coenen speelde tijdens het interbellum een bijzondere rol in de productie van literatuur door vrouwen. Als ‘literaire mandarijn’ en tijdschriftenkoninkje zette hij strategieën in om vrouwelijke auteurs als Carry van Bruggen, Eva Raedt-de Canter en Clare Lennart te laten publiceren. Coenen heerste als een ‘pasja’ over een hele harem. Zijn gedrag leidde echter niet tot een #MeToo-discussie avant la lettre. Hoe kreeg Coenen dat voor elkaar? Petra Teunissen reconstrueert aan de hand van de briefwisseling tussen Clare Lennart en Frans Coenen de ‘harem’ van Frans Coenen in De Parelduiker 2019/3. Het nummer is te bestellen via uitgever Vantilt.

Literaire middag op 15 september rond Huisjes van kaarten in Utrecht

Op zondag 15 september 2019 organiseert Salon Saffier in Utrecht een feestelijk programma rondom de heruitgave van Huisjes van kaarten in samenwerking met Utrecht City of Literature en Uitgeverij Atlas Contact (L.J. Veen Klassiek). Om 11.00 uur start een wandeling ‘Van C&A tot in de middeleeuwen’, onder leiding van biografe Petra Teunissen. Om 12.30 uur zal, in Het Literatuurhuis, Koen Vergeer, schrijver van het nawoord bij de roman en initiatiefnemer van de heruitgave, spreken over zijn fascinatie voor het vroege werk van Clare Lennart. Hij gaat in gesprek met Dolf Verroen, auteur van jeugdliteratuur, over diens vriendschap en samenwerking met Clare Lennart. Het complete programma en informatie over het aanmelden vind je hier.

Huisjes van kaarten: een ‘Taalschat’ op de radio

Clare Lennarts werk is met recht een ‘taalschat’. Op zaterdag 20 juli las Koen Vergeer in het radioprogramma De Taalstaat enthousiast voor uit Clare Lennarts roman Huisjes van kaarten. Lennarts zinnen deden presentator Frits Spits denken aan Louis Couperus. Het fragment is hier te beluisteren. De recente heruitgave van de roman, met een mooi nawoord door Koen Vergeer, is te bestellen bij de uitgever.

Herdruk Huisjes van kaarten

In juli verscheen een nieuwe uitgave van Huisjes van kaarten van Clare Lennart. Deze roman uit 1939 heeft de treffendste openingszinnen uit haar oeuvre: ‘Dit is een lange straat. Ze loopt van C. en A. tot in de middeleeuwen.’ Het is een prachtig, wat melancholiek boek, waarin Utrecht een grote rol speelt. De roman volgt precies een jaar in het leven van vertaalster Therese Lucia Landolf en haar flamboyante huisgenoten, die wonen boven een kruidenierswinkel op de Steenweg.

Clare Lennart vond dat zij in deze roman haar gevoelswereld het beste tot uiting had gebracht. De slotalinea is dan ook het motto van de biografie over Clare Lennart: 

Niets van wat we dromen kunnen we bereiken. Niets van wat de mensheid door de eeuwen heeft gedroomd, heeft ze werkelijk bereikt. Dat is de tragiek van het leven. Maar zolang we het dromen, kunnen we het niet verliezen. En dat geeft het leven zijn schoonheid, want het is niet alleen wat het is, maar ook wat wij mensen verlangen dat het zal zijn. Het is even goed in ons als om ons.

De ontroerende personages, de betoverende seizoensindrukken en de authentieke stijl van Clare Lennart geven het tijdloze Huisjes van kaarten terecht een plaats in de fraaie serie LJ Veen Klassiek. Je leest het eerste hoofdstuk op de site van uitgever Atlas Contact.  

Lezing in Barendrechtse Bibliotheek in het Kruispunt

Welke lessen kunnen we leren van Clare Lennart?


Petra Teunissen houdt op vrijdag 5 april 2019 een lezing in de bibliotheek over Clare Lennart, een krachtige en onconventionele vrouw, die radicale keuzes maakte in het leven en de letteren. Na een schets van Lennarts leven zal zij ingaan op de actualiteit. Waarom zijn Clare Lennarts boeken nog steeds het lezen waard en wat kunnen moderne vrouwen en mannen van haar leren?

Na de lezing is er gelegenheid om vragen te stellen en de biografie van Clare Lennart te laten signeren. De lezing begint om 19.00 uur en de toegang is gratis. Voor meer informatie zie de website van de Bibliotheek Aan Zet.

De bijzondere band: Lion Cachet, Nieuwenhuis, Dijsselhof en de ouders van Clare Lennart

Tot en met 23 juni 2019 is in museum Meermanno de fraaie expositie ‘De bijzondere Band: Art Nouveau-boeken van Dijsselhof, Lion Cachet en Nieuwenhuis’ te zien. Die tentoonstelling is sowieso voor iedereen aan te raden, maar voor liefhebbers van Clare Lennart is het extra interessant omdat de drie ontwerpers samenwerkten met de ouders van Clare Lennart: Da Doyer en Luite Klaver. Clare groeide op onder een lamp van Nieuwenhuis, met wie Klaver goed bevriend was. Zij werkten samen aan de lithografieën voor boeken met beschrijvingen van planten. Op de expositie ligt een blad van Nieuwenhuis uit een plantenatlas, waarin ook litho’s van Klaver zijn opgenomen. Klaver wilde zich echter meer richten op zijn schilderijen en stopte met zijn werkzaamheden in de toegepaste kunst.

Da Doyer werkte tijdens haar studietijd in het Amsterdamse atelier van Dijsselhof. In haar familiegeschiedenis Weleer (p. 176) schrijft Clare dat Dijsselhof op klompen door zijn kletsnatte atelier waadde, waar hij met een overvloed van water aquarellen van vissen afspoelde om het transparante van het waterlandschap volledig te bereiken. Clare portretteerde Lion Cachet in het tweede deel van haar roman De blauwe horizon, waarin ze het kunstenaarsmilieu van haar ouders uit het fin de siècle levendig schetste. Ze noemt hem Maurice Lion, een tekenleraar aan diverse scholen in Amsterdam met een ‘fel uitschietend puntbaardje’. Op onderstaand schilderij van Isaac Israëls uit 1894 zie je van links naar rechts Lion Cachet, Dijsselhof en Nieuwenhuis.

Genderperspectief in biografie Clare Lennart

Marie-Christine Engels schreef in het eerste nummer van Historica van 2019 een fijne, interessante recensie van de biografie van Clare Lennart. Historica is een wetenschappelijk en peer-reviewed Nederlandstalige tijdschrift voor iedereen die geïnteresseerd is in gender-geschiedenis. Engels gaat dan ook vooral in op de keuzes die Clare Lennart maakte als vrouw en als broodschrijfster: “Haar biografie attendeert op de tendens na de Eerste Wereldoorlog om een onderscheid te maken tussen literatuur en de damesroman. Vanuit een gunderperspectief kan daar verder op aangehaakt worden.”